Dwalen over de tentoonstelling van Kees Verwey is: je ogen de kost geven, kijken met de ogen van de schilder naar zijn atelier, naar bloemen, maar vooral naar mensen. Tientallen portretten van één model in een ultieme poging te vangen wie die mens nu werkelijk is in al zijn aspecten, alsof hij zeker weet dat het hem nooit helemaal zal lukken. Daarom blijft hij ook steeds naar anderen kijken: hoe doen mijn collega’s het? Wat kan ik van hen leren? Die houding maakt een presentatie van zijn werk ongelooflijk gevarieerd. Je moet er beslist meer keren naar toe om goed te kijken en steeds meer te ontdekken. De eerste keer troffen mij vooralde bloemen van Floris Verster en het werk dat Kees Verweij vervolgens maakte. Prachtig!

Bij een volgende rondgang bleef ik steken bij het portret van een heer in een kamerjas met een boek op schoot. Hij kijkt ons niet aan, oogt niet toeschietelijk, stijfjes, geconcentreerd op waar hij mee bezig is. Wie is deze man? Het bijschrift vermeldt de naam en het jaartal: Lodewijk Ali Cohen, 1940. Oei, een joodse naam. Zou hij de oorlog overleefd hebben? Even googelen. Ja! Wel weggevoerd naar Theresienstadt, maar teruggekeerd en nog geleefd tot 1970. Maar toch een triest verhaal. Kees Verwey had het goed gezien: deze homoseksuele man kon en wilde zich niet laten kennen. Hij leidde een bescheiden en onopvallend leven als advocaat. Pas in 2012 kwam er een boekje over hem uit van de hand van antiquaar A.G. van der Steur, bij wie de nalatenschap van deze schrijver en dichter terecht is gekomen: Gedenkt mij bij de tijden van weleer. Ali Cohen maakte deel uit van de kring Haarlemse kunstliefhebbers van de Societeit Teisterbant waartoe ook Kees Verwey en Godfried Bomans behoorden, net als erevoorzitter Lodewijk van Deijssel. Hij werd er zelfs vice-voorzitter, naast voorzitter Godfried Bomans. In die rol zorgde hij voor samenhang en gezelligheid in deze vriendenclub. Desondanks kende bij zijn dood niemand hem meer goed genoeg om voor een gedenkstukje in het Jaarboek Haarlem te kunnen zorgen en was zijn literaire werk volledig vergeten. Het was dan ook al veertig jaar eerder verschenen: in 1931 zijn romanEros in Reykjaviken in 1925 en 1930 zijn twee dichtbundels, Reflexenen Suggesties. Biograaf Van der Steur heeft later uit de nalatenschap nog een klein bundeltje samengesteld onder de titel Verzen(2012).

Met de vrijmoedigheid die onze tijd eigen is spreekt Van der Steur over een homo-erotische roman en over homo-poëzie. Volgens een van de recensies die ik op internet vond, moet je het homoseksuele wel met een lantaarntje zoeken en is alles verhuld geformuleerd, zoals dat in die tijd paste. Deze keurige advocaat heeft zijn leven lang op kamers gewoond bij een hospita. Met zijn geaardheid kon hij geen kant op. Pas na zijn dood kwamen de ontwikkelingen in een stroomversnelling die ruimte schiep voor meer diversiteit. Nu, anno 2019, hangt zijn portret (een van de drie die Verwey van hem maakte) prominent op de tentoonstelling in het Dordrechts Museum. Hij mag er zijn.

Marijke van Vliet

Meer kunst in beeld

De Scheffer

Kim van Norren Schefferwinnaar 2011

Kim van Norren, winnaar De Scheffer 2011
And there is no space, but there's left and right

Seizoensbericht

Zomerbericht 2015

Dijkhuis van Albert Zwaan

De Scheffer

Charlotte Dumas Schefferwinnaar 2008

In de tentoonstelling - Graag gezien- werd haar foto gecombineerd met een schilderij van vroeger.