Dordrecht is een stad met historie en verhalen, met krachtige mensen die zich hier voor inzetten.
Met musea die dit in beeld kunnen brengen ligt er voor een vereniging als de onze een natuurlijke kans om samen met andere verenigingen en organisaties hier aandacht aan te besteden.
VDM zoekt steeds naar mogelijkheden om kunst, cultuur en historie samen met anderen tot een levendig verhaal van de stad te maken.
Mijlpalen op weg naar 2020 is hier een voorbeeld van. De eerste mijlpaal was 200 jaar Koninkrijk der Nederlanden (2014).

In de jaren 2017 – 2018 staan de Reformatie en 400 jaar Synode centraal.
Het Calvijn jaar heeft laten zien dat de historisch, staatkundige en religieuze rol van Dordrecht niet moet worden onderschat. De stad onderzoekt mogelijkheden met het Rijksmuseum Amsterdam en museum Catharijneconvent Utrecht, maar er zijn in Dordrecht goede kansen om vanuit diverse organisaties actief mee te doen.

In 2020 staan 400 jaar Aelbert Cuyp en acht eeuwen stadsrechten centraal.
2020 is nog heel ver weg, misschien moeten we deze thema’s langzamerhand in de gedachtevorming wel een plaats geven en voorlopig als jaartal vastleggen. Ervaringen die we op doen met twee eerste genoemde perioden kunnen bouwstenen leveren voor dit bijzondere jaar.

 

 

24 november 2017: Tekst mevr Fusien (F.M.) Bijl de Vroe-Verloop, directeur Vereniging Rembrandt

Mij is gevraagd na te denken over het belang van een stedelijke collectie in relatie tot de Collectie Nederland.
Deze vraag kan ik ook anders stellen: Kun je Dordrecht ook los van Nederland beschouwen? Voelt u zich in de eerste plaats Dordtenaar of Nederlander? Ik denk dat stad en land onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
Bij het voorbereiden van dit praatje kwam ik de komende viering tegen van 400 jaar Dordtse Synode. Een belangrijke mijlpaal.
Er zijn 3 thema’s benoemd die gebruikt zullen worden, te weten ‘Identiteit’, ‘Gastvrijheid’ en ‘Taalvernieuwing’ (Statenbijbel)
– identiteit = Begin van De Nederlanden
– gastvrijheid = alle gezindten werden uitgenodigd in de stad
– vernieuwing = statenbijbel waarmee de bijbel voor een ieder toegankelijk werd
Drie belangrijke thema’s van toepassing op de geschiedenis van de stad, maar die ook staan voor het land waar die stad deel van uitmaakt en daarmee ook van toepassing op hoe verzameld werd en wordt in die stad en dat land. Want kunst en geschiedenis blijken altijd met elkaar verbonden.
Identiteit
Zo werd ooit aan de Vereniging Dordrechts Museum een buste van Johan de Witt geschonken, door de nazaten van Johan de Witt, die vonden dat deze staatsman thuishoorde in de stad waar hij geboren is, Dordrecht. Inmiddels is deze in bruikleen gegeven aan het Rijksmuseum, vanwege het belang van Johan de Witt maar meer nog omdat deze buste gemaakt is door een van de beroemdste 17de eeuwse beeldhouwers Artus Quellinus.
En meer toegespitst op Dordrecht: de Dordtenaren wilden hun Van Goyen behouden, en zo werd de actie ‘Geef Dordrecht zijn gezicht terug’ een succes
Ook de behoefte tot oprichting van een museum waar eigentijdse kunst voor iedereen te zien is zegt iets over de mentaliteit van de stad.
En zo werd gestart met de inmiddels een van de mooiste verzameling 19de eeuwse kunst.
Niet alleen de particulieren schonken in geld en in natura, maar ook kunstenaars wilden vertegenwoordigd zijn in dit Dordtse museum, onder meer een de collectie van Ary Scheffer.
Ook werd oude kunst verzameld van kunstenaars uit Dordrecht (Bol en Van Hoogstraten, Maes, De Gelder), Leerlingen van Rembrandt die veelal weer terugkeerden naar Dordrecht.
En om de verzameling van Dordrecht te versterken gaf het Rijksmuseum de ‘Verloochening van Petrus’ door Rembrandt in langdurig bruikleen.
Ook Cuyp is goed verzameld, al waardeerden de Engelsen zijn landschappen eerder dan hij in Nl werd verzameld.
Gastvrij
Maar zo leerden de Engelse schilders Nl kennen en werden zij gastvrij onthaald in Dordrecht met Whistler nog hoog op de verlanglijst, maar Jongkind, Boudin, Corot, Daubigny, en Liebermann zijn te zien in de collectie
Vernieuwing, Collectie nooit af.
Modern 19de eeuw: er werd door verzameld, voortgegaan op de 19de eeuw met ‘De hemelse en aardse liefde’ door Scheffer – met een prachtig landschap door Roelofs. En ook de Dordtse schilders uit de 17de eeuw werden doorverzameld: Van Hoogstraten, Bisschop, Cuyp, Maes.
En daarnaast bleef het Museum trouw aan haar eerste opzet: het verzamelen van hedendaagse kunst om zo alle burgers van de stad de eerste kennismaking met de stad, met de kunst van die stad, met de geschiedenis van die stad te gunnen.
In die vernieuwing schuilt ook de samenwerking van burgers van Dordt met Vereniging Rembrandt die alle collecties steunt in de stellige overtuiging dat juist al die verzamelingen samen, van stedelijke musea tot die van het Rijksmuseum onlosmakelijk verbonden zijn.
Zij staan met zijn allen voor de identiteit, de gastvrijheid en de vernieuwing.
Startpunt is de stad en eindigt bij Collectie Nederland.
Maakt deel uit van Collectie Nederland
Al die delen maken Nederland – te zien in de Collectie Nederland

De Synode van Dordrecht 1618 – 1619/ 2018 – 2019

Een 17de -eeuwse Europese topconferentie in Dordrecht
Op 13 november 2018 is het 400 jaar geleden dat de Synode van Dordrecht begon. Dit was de eerste en enige internationale protestantse kerkvergadering in de vroegmoderne tijd. Veel Dordtenaren, en veel Nederlanders, hebben geen idee meer hoe ‘revolutionair’ de Synode van Dordrecht van 1618-1619 was. En hoe groot de invloed op onze cultuur en natuurlijk op het protestantisme. En in tegenstelling tot wat we vaak denken, beïnvloedde de Synode niet alleen ‘ons kleine calvinistische polderland’, maar werkte ook door in Noord-Amerika, Zuid-Afrika en Indonesië. Zelfs vandaag de dag nog, op 10.000 kilometers van Nederland in Dort College USA, is de herinnering aan de Dordtse synode nog springlevend.
De calvinistische trekjes van Nederland hebben tegenwoordig steeds minder met religie te maken, en meer met hoe we ons gedragen, met onze manier van doen, met onze cultuur. We spreken daarom binnen het programma 400 Jaar Synode van Dordrecht van ‘cultuurcalvinisme’.
Zo werd in Dordrecht het calvinisme en de rol van de kerk in de samenleving begin 17de eeuw vastgelegd. Daarnaast besluit de Synode tot het vertalen van de Bijbel vanuit de originele talen naar het Nederlands. In 1637 verschijnt de zogenaamde Statenbijbel, die blijvende invloed heeft op de Nederlandse taal. Vervolgens verspreidde het gedachtegoed zich onder andere met de handelscompagnieën over de wereld; en later opnieuw met de emigratie en zending in de 19de en de 20ste eeuw. De Dordtse Leerregels, de belangrijkste besluiten van de Synode, hebben een vorm en een stelligheid waar de 21ste-eeuwse Nederlander moeite mee heeft. Toch gaan ze over nog altijd actuele vragen zoals de keuzevrijheid van de mens. In Azië, zelfs in China en Zuid-Korea, bloeit het protestantisme. Aan de VU bestuderen regelmatig studenten uit die landen de ‘Dordtse traditie’. De Synode staat daarmee nog altijd als een huis; hier in onze stad is 400 jaar geleden geschiedenis geschreven en daar mag je als inwoner van Dordrecht best trots op zijn.
Stedelijke initiatieven
Binnen het programma over 400 jaar Synode van Dordrecht is er alle ruimte voor initiatieven vanuit de burgerij. Voor burgerlijke initiatieven is er budget beschikbaar.
Het programma gaat over ‘de invloed van de Synode op onze stad en de Nederlandse cultuur – met soms een blik naar hoe de synode in andere landen uitwerkte. We nodigen Dordtse initiatiefnemers uit om mee te doen en met projectvoorstellen te komen in relatie tot de drie onderstaande thema’s:
Identiteit: cultuurcalvinisme
Dit thema gaat over de invloed van het calvinisme op identiteit, zowel in het verleden als in deze tijd. Hoe kreeg en krijgt het calvinisme vorm in het dagelijks leven? Wat was en is die calvinistische manier van leven? De koppeling van calvinisme en Nederlands volkskarakter is vooral een prestatie van de gereformeerde voorman uit de 19de eeuw Abraham Kuyper. Hij legde bijvoorbeeld de relatie tussen vrijheid en protestantisme: die zou het meeste bloeien in het protestantse Nederland, Engeland, Zwitserland en de Verenigde Staten.
De calvinistische cultuur vond ook zijn expressie vanaf de 17de -eeuw in kunst, architectuur en vormgeving. De kerk en het hof waren eeuwenlang de belangrijkste opdrachtgevers van kunstenaars geweest, en die kerkelijke rol eindigde grotendeels en abrupt met de Reformatie. In de kerken draaide vanaf dan alles om het woord. Wat daarvan afleidde, werd gewoonlijk uit de kerk verwijderd of met de witkwast overgeschilderd. Pieter Saenredam, een beroemde 17de -eeuwse schilder, heeft deze ‘lege’ kerkinterieurs schitterend geportretteerd. De burger trad nu op de voorgrond in de Republiek als begunstigers van zowel de beeldende kunst, letterkunde als muziek. Zijn, soms moralistische wereldbeeld, wordt weerspiegeld in portretten, interieurs, stillevens, landschappen, stad- en zeegezichten, et cetera. Het werd later het iconisch beeld voor Hollands Gouden Eeuw.
Maar soms ontstond profileringsdrang: de calvinistische identiteit wordt bijvoorbeeld in de 19de eeuw uitgedaagd in een architectuurstrijd tussen katholieke en protestantse architecten. In de 20ste eeuw bloeit het industrieelontwerp, sober of minimalistisch, soms programmatisch en functioneel, dat in de laatste decennia een bloei doormaakte en als Dutch Design de wereld over ging. Maar ook ontwikkelde Nederland een herkenbare traditie in fotografie en de filmdocumentaire; kunstvormen waarin het nuttige en het aangename worden verenigd.
Taal
Dit thema ligt direct in het verlengde van het vorige. We lichten het eruit vanwege de grote betekenis van taal binnen voor onze identiteit. Het richt zich specifiek op initiatieven die gaan over taal, taalvernieuwing en literatuur.
De opdracht van de Staten-Generaal, op verzoek van de Synode, voor het vertalen van de Bijbel in de Nederlandse taal was van grote betekenis op de ontwikkeling van een Nederlandse standaardtaal. Het lijkt ook een politiek project dat de zeven provincies met taal moest verenigen. De ene streek kon destijds de andere soms moeilijk verstaan. Een officiële taal waarin iedereen zich kon herkennen, zou daar een einde aanmaken en de landsdelen meer tot eenheid brengen.
Dat vergde een grote creativiteit en de vertalers lijken daar wonderwel in geslaagd. Er is van daaruit een rijke volkstaal ontstaan met tal van metaforen en uitdrukkingen ontleend aan de Statenvertaling. ‘Als een dief in de nacht’, of ‘een lust voor het oog’. De manier van uitdrukken beïnvloedde onze manier van denken, spreken en literatuur.
Literatuur en maatschappij waren in de 17de eeuw sterk op elkaar betrokken. Naast de Statenbijbel hadden de 17de-eeuwers de verzamelde werken van Zeeuwse Dordtenaar Jacob Cats in huis. Levenslessen, moraliteit, tegeltjeswijsheden en een opgeven vingertje, moesten de burger op het rechte pad houden.
In de Nederlandse volksmond en tal van publicaties wordt calvinisme nog immer geassocieerd met moraliteit, met zuinigheid, soberheid, zelfbeheersing en kuisheid, arbeidszin, verantwoordelijkheidsgevoel, en betrouwbaarheid. Maar ook met vrijgevigheid en vrijwilligerswerk. Of, weer wat minder flatteus met betweterigheid en moralisme, of nog negatiever met dogmatisme, krenterigheid, bekrompenheid en gebrek aan levensvreugde.
Die overvloed aan moraliteiten, een grote traditie van welsprekendheid, en een voorliefde voor de combinatie van lering en vermaak, lijkt een rijke voedingsbodem te hebben opgeleverd voor een eigen cabarettraditie. Is het toeval dat veel cabaretiers uit de protestantse hoek komen?
Stedelijke gastvrijheid
Dit thema is voor initiatieven die Dordrecht als gastvrije stad willen profileren.
Dordrecht leek zich zeer bewust van de historische betekenis van de Synode voor de reputatie van de stad: de promotie van de Synode was city marketing ‘avant la lettre’. Het stadsbestuur voelde zich verantwoordelijk voor de eer van het land. Na de synode gaf het de schilder Pauwels Weyts de Jonge de opdracht een groot schilderij van de opening van de Synode te maken voor de hal van het stadhuis (recent gerestaureerd en nu te zien in het Dordrechts Museum). Hij maakte daarbij gebruik naar een gravure uit 1619 van Francois Schillemans. Die afbeelding werd van iconische waarde voor Dordrecht toen deze later in bijbeluitgaven werd afgedrukt en zo de wereld over ging.
De ‘hospitality’ was van hoog niveau: de buitenlandse gasten werden bij aankomst hoffelijk begeleid, en kregen een eigen, Frans gesproken openingspreek in de Augustijnenkerk. De stad lag er in 1618 piekfijn bij: de plek van aankomst van de gasten was het Groothoofd. De Groothoofdspoort was verfraaid met een stedemaagd, en bezoekers konden vanaf een zgn. ‘Draaiom’ bij de vergaderlocatie in de Kloveniersdoelen de stad van bovenaf bewonderen.
Na afloop van de Synode bood het stadsbestuur hen een groots diner aan. Wat men at en dronk in die dagen? Wellicht is dat nog te achterhalen, maar anders biedt de geschiedenis vast wel inspiratie; zoals het eerste Nederlandse kookboek geschreven door de 17de -eeuwse Dordtse inwoner Battus, of de schilderkunst uit die eeuw met afbeeldingen van rijk gedekte tafels.
Dit is een verkorte versie van het document ‘De Synode van Dordrecht 1618 – 1619’ door Han Bakker
OPROEP: heeft u affiniteit met de genoemde thema’s en wilt u deelnemen in een werkgroep VDM/VOD/Bedrijfsvrienden/ Augustijnerhof/anderen projectvoorstel ‘Synode van Dordrecht’ neem dan contact op met: info@verenigingdordrechtsmuseum.nl